Regelmatig krijgen we vragen van onze klanten omtrent de nabehandeling van de bepleisteringen. Veel mensen realiseren zich niet voldoende dat een goed eindresultaat niet enkel afhankelijk is van de vakbekwaamheid van de stukadoor, maar zeker ook staat of valt met goede nazorg.

Voor de verwerking van de gips, wordt veel water toegevoegd. Dat water moet er grotendeels ook weer uit zodat de gips uiteindelijk uitgehard op de muur of plafond blijft zitten. Wanneer dit drogingsproces niet goed en regelmatig verloopt, kan dit onder meer leiden tot schimmelvorming en verweking (zacht blijven) van de gips. Uiteraard is dit niet de bedoeling en in principe ook eenvoudig te voorkomen door rekening te houden met een aantal essentiële zaken . Hieronder hebben we een aantal eenvoudige richtlijnen opgesomd welke bijdragen aan het beste resultaat.

 

Tip voor de pleisterwerken 1

Tijdens en na de uitvoering van de pleisterwerken, zolang de pleisters niet volledig droog zijn, voldoende ventilatie in de lokalen voorzien om de vochtige lucht uit het gebouw te evacueren. Zodra het buitenklimaat voldoende droog is, moeten de ramen en deuren voortdurend open staan. Eventueel kan dit ook geforceerd worden door een verwarming of ontvochtiger voorzien. Let op dat er geen gasgestookte verwarming met open vuur gebruikt wordt, dit zorgt er juist weer voor dat er extra vocht in de ruimte binnen gebracht wordt!

Tip voor de pleisterwerken 2

Behandel stalen poutrels altijd met een primer. Een afdoende vochtafvoer vermindert mogelijke roestvorming op hoekprofielen en pleisterdragers, voorkomt de beschadiging van de pleisterlaag en de vorming van schimmels, en draagt bij tot de goede hechting van gipsdelen of stucplaten.

Tip voor de pleisterwerken 3

De droge pleister (restvochtgehalte < 1%) altijd met deugdelijke primer behandelen vooraleer te verven, behangen of betegelen aan te vangen. De primer zorgt voor een gelijkmatige zuiging van de aan te brengen verf. Een gelijkmatige zuiging draagt weer bij aan een egale kleurverdeling en helpt voorkomen dat er ‘banen’ zichtbaar blijven in het verfwerk.

Tip voor de pleisterwerken 4

Tijdens de winterperiode mag de omgevingstemperatuur in het lokaal nooit minder dan +5 C bedragen. Er wordt een marge genomen iets boven het vriespunt omdat de wanden soms nog enkele graden kouder kunnen zijn dan de feitelijke omgevingstemperatuur.

Tip voor de pleisterwerken 5

Misschien wel het belangrijkste van al, kies voor een vakbewame en betrouwbare stukadoor. Naast een strakke afwerking, zorgt deze ook voor advies omtrent een juiste nazorg. Vanzelfsprekend houden wij ons hiervoor aanbevolen!

 

stucadoor aan het werk

Één reactie op “Tip voor de pleisterwerken”

  • Bode

    Ik heb veel geleerd van de tips. Heel hartelijk bedankt

    Beantwoorden

Reageren

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *